Het Gebit 

 

 

Inleiding  
De tanden van het paard slijten in de loop der jaren af. Dit noemt men "vullen". Aan de hand van de tanden kun je ongeveer zien hoe oud het paard is, maar niet exact. Tot het 8e van het paard kun je redelijk goed de leeftijd bepalen.
Het paard is een planteneter, dus hij heeft geen kiezen nodig om te kauwen. Wel heeft hij snijtanden, om het gras mee af te "snijden".

 

 

 

Gebitsproblemen

Hoewel je niet makkelijk het hele gebit kan bekijken, kun je toch merken of het paard last heeft van zijn gebit:

 

De oorzaken kunnen zijn:
  • Haken; Haken zijn scherpe puntjes aan de tanden, die ontstaan doordat de tanden ongelijk afslijten. Deze haken komen meestal aan de eerste kiezen vooraan. Bij het eten en rijden kunnen ze de mond beschadigen, en in de weg zitten. De dierenarts kan de haken bijvijlen.
  • Wisselen van de tanden; Wisselen van de tanden komt voor bij paarden in een leeftijd van 2 1/2 tot 5 jaar oud. Het is geen afwijking, maar het paard kan er wel last van hebben. Paarden die wisselen hebben kiespijn en voelen zich niet lekker. De druk van het bit is dan helemaal niet fijn. De mond van een jong paard kun je sowieso beter regelmatig inspecteren, omdat jonge paarden hier wel vaker last van kunnen hebben.
  • Wolfstanden; Wolfstanden zijn kleine tandjes die precies op de plaats waar het bit ligt komen. Niet bij alle paarden komen deze tanden voor, en sommige paarden hebben er ook geen last van. Als het paard er wel last van heeft, kan de dierenarts ze verwijderen.
  • Kiespijn; Kiespijn komt ook bij paarden voor. Als het paard bijvoorbeeld een wortelontsteking heeft, kan dat erge pijn doen. De tanden en kiezen van een paard zijn echter veel langer dan bij mensen. Vooral oude paarden hebben last van kiespijn, doordat er stukjes voedsel in het gebit kunnen blijven zitten. Doordat de tanden blijven groeien, zal het aangetaste gedeelte vanzelf vervangen worden door een nieuw stuk. Vullingen zouden geen oplossing zijn bij paarden die gaten in hun tanden hebben. Doordat zij erg veel kracht zetten bij het kauwen, zou de vulling zo uitvallen.
  • Overbeet; Overbeet kan erg lastig zijn. Omdat het een erfelijke aandoening is, is een fokpaard waardeloos voor de fok. Bij een lichte overbeet kan het paard gewoon eten en zal er vrijwel geen last van hebben. Als het paard echter een grote overbeet heeft, heeft het paard er wel last van. Hij krijgt niet voldoende eten binnen, en wordt mager en kan ook allerlei huidproblemen en verkoudheden oplopen, omdat zijn weerstand lager is. Om op gewicht te blijven heeft het paard extra krachtvoer nodig, en moet er goed worden opgelet op de conditie van het paard.

 

 

Begrippen en Termen
Ieder paard heeft na 9 maanden al zes melktanden. Deze tanden zijn net als bij mensen niet blijvend. Ze worden op 2,5- tot 4,5 -jarige leeftijd gewisseld voor blijvende volwassenen tanden. De middelste tanden heten de binnentanden, de buitenste tanden heten hoektanden of buitentanden, en de overige middentanden. De wrijfvlaktes, ofwel de kauw oppervlakken. De buitenkant van de wrijfvlaktes veranderen elk jaar. Bij jonge paarden van een jaar of 5 zijn deze wat ovaal, bij oudere paarden (+ 8) wordt het wat ronder en daarna rechthoekig. De kroonholte is een gaatje dat in de wrijfvlaktes zit (dit hoort zo), en verdwijnen naarmate het paard ouder wordt. Het tandsterretje is een zwart streepje op de bodem van de kroonholte, dat eerst dun is en later ronder wordt. Dit streepje komt door het slijten van de tanden. Een paard dat aftands is, is ouder dan 8 jaar. Na de 8 jaar is het bijna niet mogelijk om de leeftijd van het paard goed af te lezen.
 

 

 

Schuine tanden
Paarden die jonger dan 8 jaar zijn, hebben relatief rechte tanden. Hoe ouder het paard wordt, hoe schuiner de tanden gaan staan. Op ongeveer 20-jarige leeftijd maken de tanden zelfs bijna een hoek van 90 graden. Ook het tandvlees gaat wat schuiner staan. Hierdoor lijkt het net alsof het paard schuine tanden heeft, maar in feite is dat dus niet zo. Dit Paard is net 4 jaar oud en heeft nog geen schuine tanden.

 

 

Groeve

Sommige paarden krijgen vanaf 10-jarige leeftijd een groef in de buitentand aan de bovenkant. Dit is een schuine streep, die van de bovenkant van de tand naarmate het paard ouder wordt helemaal naar beneden kan doorlopen, waardoor het lijkt alsof de tand is gespleten. Op 20-jarige leeftijd is dit meestal het geval. Niet ieder paard krijgt dit, maar het zou wel mogelijk kunnen zijn.

 

 

 

Het groei- en slijtproces van de tanden